Soms kreeg ik te horen dat ik intens ben. Dat ik wat minder de diepte in mag gaan. Jarenlang dacht ik dat daar iets van waar moest zijn. Dat ik blijkbaar te veel voelde of het niet goed deed.

Maar niemand stelde mij de vraag: Hoe is dat eigenlijk voor jou? Of: Op welke manier neem jij de wereld waar?
Die vragen veranderden mijn perspectief op mijzelf.
Mijn hele leven ervaar ik dat mijn aandacht vanzelf naar de diepere laag gaat. Als kleuter kon ik al dromerig wegzwijmelen in gedachten als: Wat was er vóór dit leven? En wat komt hierna? Uren kon ik naar de wolken kijken en mij verwonderen.
Niet omdat ik daarnaar op zoek was of mensen bewust doorvroeg, maar omdat die diepere laag voor mij als het ware altijd al aanwezig was. Gewoon, midden in een alledaags gesprek. Over een film, het weer, een les op school of zomaar iets uit het leven. Dan voelde ik vaak, soms tot vervelens aan toe, dat er onder de oppervlakte nog iets anders meespeelde.
Ook droomde ik als kind soms over situaties rondom ziekte of overlijden, of voelde ik die intuïtief aan, zonder dat ik daar woorden voor had. Voor mij was dat gewoon. Alleen paste dat niet binnen de christelijk gereformeerde opvoeding waarin ik opgroeide.
Vroeger had ik daar geen woorden voor. Dus paste ik mij aan. Mijn gevoeligheid bleef op de achtergrond en een deel van mij werd onzichtbaar.
Tijdens de catechisatie deed ik nog mijn best om te laten zien dat er voor mijn gevoel meer was tussen hemel en aarde. Daarmee voelde ik mij al snel het zwarte schaap. De vreemde eend.
Daardoor richtte ik mijn aandacht vooral op alles en iedereen om mij heen. Wanneer iemand geïrriteerd reageerde of mijn woorden anders leek op te vatten, dacht ik dat ík degene was die iets verkeerd deed. Ik kende het gevoel van falen. Alsof ik verantwoordelijk was voor iets wat ik niet begreep.
Achteraf zie ik dat sommige mensen hun eigen ongemak of pijn onbewust op mij projecteerden. In enkele relaties was er ook sprake van gaslighting: mijn waarneming of gevoel werd ontkend of verdraaid, waardoor ik steeds meer aan mijzelf ging twijfelen. Langzaam verloor ik het vertrouwen in mijn eigen gevoel.
Nu voel en kijk ik daar anders naar. Want ieder huisje heeft zijn kruisje. Iedereen heeft zijn eigen verhaal, zijn eigen ervaringen en zijn eigen manier van waarnemen.
Ik zie dat mensen onbewust beschermingsmechanismen ontwikkelen rondom onverwerkte emoties en oude overtuigingen. Dat geldt voor iedereen, ook voor mij.
Soms heb ik de ervaring dat mijn manier van aanwezig zijn of luisteren iets raakt in een laag waar nog onverwerkte pijn of oude overtuigingen liggen. Dat betekent niet dat ik gelijk heb of precies weet wat er in de ander speelt. Wel dat er soms een dynamiek ontstaat die ik vroeger volledig op mezelf betrok.
Tegenwoordig hoef ik daar niet meer op te reageren. Vaak kies ik ervoor om stil te zijn of aanwezig te blijven vanuit een integere intentie. Niet alles hoeft benoemd te worden. Niet alles vraagt om een antwoord. Soms is aanwezig zijn al genoeg.
Dat besef heeft mij veel rust gegeven.
Ik heb geleerd dat ieder mens zijn eigen tempo heeft en zijn eigen moment waarop iets gezien of gevoeld mag worden. Respect voor die grens is net zo belangrijk als mijn vermogen om diep waar te nemen.
Mijn grootste ontwikkeling zat daarom niet in nóg beter voelen, maar in het leren onderscheiden.
Wat is van mij?
En wat hoort bij de ander?
In mijn zevende jaar van deconditioneren viel die puzzel steeds meer op haar plaats. Ik ontdekte hoeveel overtuigingen, verantwoordelijkheden en gevoelens ik onbewust had gedragen die eigenlijk niet bij mij hoorden.
Dat veranderde mijn leven.
Vandaag maak ik keuzes die werkelijk bij mij passen. Ik voel me niet meer kleiner dan ik ben, maar ik hoef me ook niet groter voor te doen. Ik verbind mij met mensen, werk en situaties die energie geven en waarin wederkerigheid vanzelf ontstaat.
Mijn gevoeligheid zie ik niet langer als een probleem dat opgelost moet worden.
Het is een kwaliteit die vraagt om bewustzijn, zelfkennis en verantwoordelijkheid.
Van klacht naar kracht betekent voor mij niet dat er geen moeilijke of lastige dagen meer zijn. Licht en donker horen bij het leven. Ook binnen één dag bewegen we voortdurend tussen min en plus. De kunst zit voor mij niet in het vermijden van die beweging, maar in het steeds opnieuw terugvinden van het ontspannen midden.
Het verschil is dat ik vandaag steeds opnieuw een keuze heb. Een keuze voor liefde in plaats van angst. Voor vertrouwen in plaats van wantrouwen. Voor ontwikkeling. Voor bouwen. Voor vertrouwen. Voor gewoon zijn.
Misschien is dat wel de grootste vorm van vrijheid: van jezelf houden. Jezelf niet langer kwijtraken in de verhalen van anderen, maar thuiskomen bij jezelf en in je eigen leven.