Wat niet bespreekbaar mag zijn, kan moeilijk bewegen
Soms moet je eerst begrijpen waarom je zo hard hebt gevochten om gehoord te worden, voordat je ontdekt dat je nooit meer hoeft te zwijgen.
Ongeveer zeven jaar geleden bevond ik mij in een situatie waarin ik uiteindelijk de positie van klokkenluider innam. Ik zag en voelde dingen binnen een organisatie die naar mijn idee niet klopten. Ik stelde vragen, benoemde wat ik waarnam en liep uiteindelijk hard tegen mechanismen aan waarin zwijgen, loyaliteit, belangen en verschillende werkelijkheden een rol speelden.
Ik ging er hard op.
Destijds keek ik vooral naar buiten. Naar wat er binnen de organisatie gebeurde, naar wat niet werd uitgesproken, naar wat naar mijn idee werd weggestopt en naar de dynamiek achter dat wat zichtbaar was.
Pas veel later ontstond een andere vraag:
Waarom raakt juist dit mij zo diep?
En daar begon een heel ander onderzoek.

HETZELFDE PATROON IN VERSCHILLENDE LEVENSFASEN
Want toen ik verder terugkeek, bleek die ervaring van zeven jaar geleden helemaal niet op zichzelf te staan. Ik herkende dezelfde dynamiek op verschillende momenten in mijn leven: iets waarnemen wat niet of nauwelijks bespreekbaar was, voelen dat er onder de oppervlakte meer speelde dan hardop werd gezegd, willen begrijpen wat er gebeurde en de behoefte voelen daar woorden aan te geven.
Lange tijd keek ik vooral naar de buitenwereld om te begrijpen waarom dat steeds gebeurde. Totdat ik ook naar binnen ging kijken.
Want degene die waarneemt, staat niet buiten het systeem. Ook mijn eigen geschiedenis, overtuigingen, gevoeligheden, beschermingsmechanismen en patronen deden mee.
Ik moest niet alleen de doofpot buiten mij leren herkennen. Ik moest ook mijn eigen innerlijke doofpot leren kennen.
En juist daar begon voor mij eigenaarschap.
BINNENKADERS ÉN BUITENKADERS
We hebben nogal eens de neiging een probleem óf bij een mens óf bij zijn omgeving neer te leggen. Wanneer iemand vastloopt, kunnen we kijken naar persoonlijke patronen, overtuigingen, grenzen, draagkracht en gedrag. Maar we kunnen ook kijken naar relaties, werkdruk, leiderschap, cultuur, verwachtingen, belangen, systemen en omstandigheden.
Wat gebeurt er wanneer beide onderdeel zijn van hetzelfde geheel?
Het binnenkader vertelt iets over wat er in een mens gebeurt. Het buitenkader vertelt iets over wat er rondom die mens gebeurt. En daartussen bevindt zich de wisselwerking. Daar ontstaan patronen, daar kunnen patronen zich blijven herhalen en daar kan ook beweging ontstaan.
Alleen naar buiten kijken kan ons gevangen houden in strijd met onze omgeving. Alleen naar binnen kijken kan betekenen dat we een werkelijk probleem in onze omgeving volledig bij onszelf neerleggen.
We hebben beide nodig.
WAT NIET BESPROKEN WORDT, IS NIET VERDWENEN
Dat geldt niet alleen voor mensen. Ook families, teams, organisaties en bedrijven kennen geschreven en ongeschreven regels. Er zijn dingen waar gemakkelijk over gesproken wordt. En soms zijn er dingen die iedereen ergens lijkt te voelen, maar waar nauwelijks woorden voor bestaan.
Mensen nemen iets waar en er ontstaat ongemak. Iemand past zich aan, een ander trekt zich terug en weer iemand anders gaat harder werken. Er ontstaan irritaties, conflicten, uitval of steeds terugkerende problemen.
En soms staat er uiteindelijk iemand op die zegt:
“Wacht eens. Wat gebeurt hier eigenlijk?”
Die persoon kan behoorlijk lastig worden gevonden. Een criticus, een dwarsligger, soms uiteindelijk een klokkenluider.
Maar misschien is de interessantste eerste vraag niet: wie heeft gelijk?
Misschien is een betere vraag:
Welk signaal ontstaat hier en wat vertelt dat over het grotere geheel?
Een waarneming is niet automatisch de waarheid. Ze mag bevraagd, onderzocht en getoetst worden. Maar daarvoor moet zij eerst bespreekbaar mogen zijn.
Want wat niet besproken wordt, verdwijnt niet noodzakelijk. Het kan onderdeel worden van de dynamiek.
DE DWARSLIGGER DIE HET SPOOR MEDE DRAAGT
Ik gebruik al lange tijd de gedachte dat we dwarsliggers nodig hebben om een spoor te laten lopen. Inmiddels begrijp ik die uitspraak anders.
Een dwarsligger hoeft niet degene te zijn die overal tegenaan schopt. Het kan ook iemand zijn die opmerkt dat wat een organisatie zegt, niet helemaal overeenkomt met wat er gebeurt. Iemand die een terugkerend patroon herkent of de vraag stelt die niet gemakkelijk gesteld wordt.
Dat kan ongemakkelijk zijn. Maar ongemak kan informatie bevatten.
Een gezonde omgeving hoeft daarom niet iedere afwijkende stem gelijk te geven. Ze moet haar wel kunnen horen en onderzoeken.
Misschien zouden organisaties de klokkenluider dan niet alleen moeten zien als degene die aan het einde heel hard aan de bel trekt. Interessanter is wat eraan voorafging.
Welke signalen waren er al voordat iemand de klok moest luiden?
EIGENAARSCHAP VERANDERDE MIJN POSITIE
Daar zit voor mij persoonlijk misschien wel de grootste verandering.
Ik hoef mijn gevoeligheid voor wat onder de oppervlakte gebeurt niet kwijt te raken. Ik hoef ook niet meer te vechten om te bewijzen dat mijn waarneming klopt. En ik hoef nooit meer automatisch te zwijgen.
Ik mag observeren, waarnemen, voelen en onderzoeken. En vervolgens mag ik kiezen.
Wat zie ik werkelijk? Wat voel ik? Wat is van mij en wat behoort tot de ander? Wat is feitelijk waarneembaar en wat is mijn interpretatie? Wat gebeurt er in de omgeving? Welke dynamiek ontstaat tussen ons? En dient het iets wanneer ik nu spreek?
Eigenaarschap betekent voor mij daarom niet dat ik altijd mijn stem moet laten horen. Juist het tegenovergestelde.
Omdat mijn stem van mij is, mag ik kiezen wanneer en hoe ik haar gebruik. Ik mag achteroverleunen, observeren, waarnemen en onderscheiden. En kiezen wat er wezen mag.
Dat is iets heel anders dan zwijgen.
Dat is regie.
EEN MENS BESTAAT NOOIT LOS VAN HET GROTERE GEHEEL
En daar ontstaat voor mij nog een fascinerende laag.
Families blijven vaak bestaan terwijl generaties elkaar opvolgen. Organisaties blijven bestaan terwijl medewerkers komen en gaan. Teams veranderen van samenstelling en toch kunnen bepaalde patronen opnieuw verschijnen.
De mens beweegt voortdurend binnen grotere gehelen.
En misschien is daarom niet alleen de vraag: wat is hier het probleem? Misschien mogen we ook onderzoeken: wie ben ik binnen dit geheel? Welke positie neem ik in? Wat is van mij? Wat draag ik misschien mee? Waar pas ik mij aan? Waar ontstaat weerstand? Wat blijft zich herhalen? En waar wil ik eigenlijk naartoe?
Zelf heb ik lange tijd ervaren dat ik nergens werkelijk paste. Nu kijk ik daar anders naar.
Misschien moest ik niet eerst ergens in passen. Misschien moest ik mezelf leren kennen binnen het grotere geheel waarin ik mij bewoog.
Want pas wanneer ik weet wie ik ben, hoef ik niet langer volledig door het systeem om mij heen te laten bepalen wie ik zou moeten zijn.
VAN MIJN VERHAAL NAAR MIJN WERK
Daarmee krijgt mijn eigen geschiedenis inmiddels een andere plaats.
Mijn verhaal hoeft niet mijn aanbod te zijn. Maar het heeft wel mijn manier van kijken gevormd.
Mijn levenservaring, jarenlange werkervaring, ervaringsdeskundigheid en systemische ontwikkeling komen samen in één vraag die mij blijft fascineren:
Wat gebeurt hier steeds opnieuw? Welke patronen, mechanismen en conditioneringen zijn hier zichtbaar?
Bij een mens die ondanks begeleiding telkens op hetzelfde punt terechtkomt. Bij een professional die merkt dat de gebruikelijke aanpak onvoldoende verder brengt. Bij een team waarin dezelfde spanning of dynamiek terugkeert. Of bij een organisatie waarin veel wordt ingezet, terwijl de gewenste beweging uitblijft.
Daar begint voor mij het kijken.
Niet alleen naar het zichtbare probleem, maar naar binnenkaders én buitenkaders. Naar mens én omgeving. Naar patronen, mechanismen en de wisselwerking tussen mens, professional, team en organisatie.
Niet om iemand als probleem aan te wijzen. En ook niet om mijn eigen waarneming tot waarheid te verheffen. Maar om zichtbaar en bespreekbaar te maken wat onderzocht moet worden om te begrijpen waar beweging vastloopt.
Want wat bespreekbaar wordt, kan worden onderzocht. Wat onderzocht wordt, kan worden begrepen. En wat werkelijk gezien en geaccepteerd wordt, kan in beweging komen om voort te gaan.
Misschien begint voortgang daarom niet altijd onmiddellijk met veranderen.
Soms begint voortgang met begrijpen.
Waar staan we? Wat gebeurt hier? Wie ben ik hierin? Wat is van mij en wat behoort tot het grotere geheel? Waar willen we naartoe? En wat heeft doorgang nodig om daar te komen?
Dat is voor mij steeds meer de essentie van:
VOORTGANG IN DOORGANG
Waar beweging vastloopt, begint voor mij het kijken.
Inzicht • Perspectief • Progressie